Meteen naar de inhoud

Vrijspraak: Letselschade, deel 1

Het overkomt je zomaar. Uit het niets. Van achteren, frontaal, eigen schuld, het maakt niet uit. Boem! Een ongeval. Eerst ben je versuft, je weet niet wat je overkomt. Of de adrenaline giert juist door je lijf. Je wordt boos om wat die ander jou heeft aangedaan. Je stapt uit, je voelt in eerste instantie niets. Er is commotie op straat, omstanders bellen 112. De politie komt aangereden; een ambulancebroeder onderzoekt je nauwkeurig. Vragen worden gesteld en beantwoord. De helft gaat langs je heen.

Pas als je weer thuis bent, dringt één en ander tot je door. Daar kwam je toch maar goed vanaf, leek het. Totdat je toch wat spierpijn krijgt, je wordt moe en voelt je niet zo best. Even aankijken, een nachtje slapen. De volgende dag lijkt het erger te zijn geworden. Bel hoe dan ook uw huisarts. Binnen 48 uur. Was het niet om uit te sluiten of er iets ernstigs aan de hand is, dan wel om vast te laten leggen dat u klachten heeft ten gevolge van een ongeval. Dus niet eerst aankijken en dan pas na een week, 2 weken of misschien zelfs na een maand bellen. Nee, binnen 48 uur.

U zult niet de eerste zijn waarbij enorme discussies met de aansprakelijke verzekeraar volgen of uw klachten wel ongevalsgevolg zijn. Want in die 1, 2 of zelfs 4 weken kan er ook iets anders gebeurd zijn, waardoor u nu klachten heeft. Of u heeft te laat geschakeld, waardoor uw klachten nu veel erger zijn. Eigen schuld. Flauwekul natuurlijk, maar de discussies liegen er vaak niet om. En als u na een aantal dagen of weken denkt, het wordt er niet beter op, dan belt u mij. Of één van mijn letselschadecollega’s. En dan kom ik bij u langs en ga ik u vertellen wat uw mogelijkheden zijn. Welke dat zijn, hoort u volgende maand van mij. Wordt vervolgd…

Bron: Hart van Enschede, 13 april 2017