Meteen naar de inhoud

Wraking van rechters zinvol?

Een advocaat kan een rechter wraken als hij van mening is dat de rechter de zaak niet onbevangen en volledig onpartijdig beoordeelt. Een wrakingsverzoek wordt overigens niet vaak gegrond verklaard.

Wanneer niet?
In het bijzonder lukt het niet om een rechter “van de zaak af te krijgen” in de volgende gevallen:

Bij klachten over onjuiste toepassing van de procesregels (het accepteren van formeel te laat ingediende stukken, het onvoldoende gelegenheid krijgen een standpunt toe te lichten of het niet krijgen van een uitstel). Hoe nadelig beslissingen op dit punt voor een partij ook kunnen zijn, een goede grond voor wraking is het vaak niet.

Ook uitlatingen van de rechter ter zitting als “Apart”, “U wilt toch  niet zeggen dat…”, “Er zit niet veel in” of  “U meent toch niet dat…? “ geven in het algemeen onvoldoende reden om te concluderen dat een rechter onvoldoende onafhankelijk is. Onvoldoende dossierkennis van een rechter is meestal ook geen goede reden voor wraking.

Het enkele feit dat niet alle nevenfuncties van de rechter zijn geregistreerd, is geen reden tot wraking. Vooral als die functies inhoudelijk gezien niets te maken hebben met  het geschil dat speelt in de zaak waarvoor gewraakt wordt.

Ligt er al een wrakingsverzoek dat nog behandeld moet worden? De desbetreffende rechter kan de zaak tot behandeling van dat verzoek gewoon blijven doen.

Wanneer wel?
Toch sprake van nevenfuncties? Een rechter geeft trainingen bij een bedrijf, onder meer over het ‘optreden ter terechtzitting als getuige’. Dat bedrijf heeft als klant de FIOD. Medewerkers van de FIOD (die dus les kunnen hebben gehad van de rechter) zijn bij een onderzoek betrokken en zij spelen mogelijk een rol in de procedure. Alleen al die omstandigheid levert een terecht wrakingsverzoek op. Hoewel nergens uit blijkt dat de rechter niet onpartijdig is, moet deze boven iedere twijfel verheven zijn. Terecht gewraakt dus.

Vlak voor een zitting in een strafzaak laat een advocaat weten dat hij het “niet gaat redden” en dat hij enkele minuten te laat zal zijn. De rechtbank: “Daar gaan we niet op wachten”. De zitting gaat door en de zaak wordt in vijf minuten afgedaan. Dat is onterecht is het oordeel. Hoewel de rechtbank de taak heeft de procesorde te bewaken, heeft zij nu wel de schijn van vooringenomenheid tegen zich.

Een wel heel opmerkelijke zaak. Een rechter schakelt voor een privéprobleem een advocaat van een bekend advocatenkantoor in. Er ontstaat een geschil over een declaratie (van wel geteld € 1.600,00 waarvan de helft ook al is betaald). In verband met dat –  hoog opgelopen – geschil verzoekt het advocatenkantoor aan de voorzitter van de rechtbank deze rechter geen zaken meer te laten behandelen, waarbij een van de advocaten van het desbetreffende kantoor is betrokken. Op een gegeven moment wordt deze rechter toch op een zaak van het kantoor gezet.

De rechter had de schijn van vooringenomenheid op zich geladen. Een van de opmerkingen die de rechter in de privékwestie zou hebben gemaakt was dat de advocaat “beter was in declareren dan in toepassing van de beslagregels”. Volgens de wrakingskamer viel het advocatenkantoor niet zoveel te verwijten, maar was het vooral de rechter die de het geschil kennelijk niet naast zich neer kon leggen en brieven met een buitengewoon “scherpe” inhoud schreef. Het wrakingsverzoek wordt gegrond verklaard.

Dus?
Het wraken van rechters wordt met enige regelmaat toegepast, maar het is de vraag of het in de praktijk veel uithaalt. Waarschijnlijk wordt alleen de verhouding tussen de advocaat en de rechter onnodig op de proef gesteld.

Klik voor meer interessante artikelen op: Archief