Meteen naar de inhoud

Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen

Woonzorg verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een lid van de directie op grond van boventalligheid. Zij stelt dat een vergoeding van maximaal € 75.000 op zijn plaats is, omdat werknemer topfunctionaris in de zin van de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) is.

In de CAO (Woondiensten) staat dat de werknemer bij inkrimping of interne reorganisatie een schadeloosstelling ontvangt, bestaande uit een aanvulling op de WW-uitkering tot 100 % van het nettomaandsalaris van de werknemer. In het geval van werknemer is dat 15 maanden.

Verweer

Werknemer stelt dat er onvoldoende de tijd is genomen om een andere passende functie voor hem te vinden en dat er wel degelijk functies voor hem beschikbaar zijn. Werknemer heeft gesteld dat Woonzorg voor hem een functie in het kernteam had kunnen en moeten creëren. Indien ontbinding wel op zijn plaats is, verzoekt werknemer een vergoeding met een neutrale C-factor toe te kennen (€ 305.700).

De kantonrechter

Dat er geen redelijke termijn zou zijn gehanteerd om een andere functie voor werknemer te zoeken is niet gebleken. Woonzorg behoefde ook geen functie in het kernteam te creëren, omdat Woonzorg beleidsvrijheid toekomt om haar organisatie in te richten zoals haar dat goeddunkt.

De kantonrechter is van oordeel dat bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding de WNT als uitgangspunt geldt en niet de kantonrechtersformule. De WNT norm is gesteld op één jaar salaris maximaal, tot ten hoogste € 75.000. Die vergoeding wordt dan ook toegekend. Het toekennen van de maximale vergoeding op grond van de WNT leidt niet tot een evident onbillijke uitkomst. Werknemer komt immers eveneens op grond van de cao in aanmerking voor schadeloosstelling van € 131.925.

(Uitspraak: Kantonrechter Amsterdam 5 juni 2014)

Opmerkingen

Zoals de kantonrechter te Rotterdam (21 maart 2014, JAR 2014/116) eerder overwoog is de in de WNT opgenomen maximering van de ontslagvergoeding een neerslag van het maatschappelijk breed gedragen gevoelen dat in de (semi)publieke sector in beginsel geen plaats meer is voor hoge ontslagvergoedingen die betaald worden uit de publieke middelen. Om te voorkomen dat de WNT aan kracht zal inboeten, is van belang dat ook voor de kantonrechter de maximale vergoeding op grond van de WNT als uitgangspunt geldt.

De vraag is wel of de regeling het doel niet voorbij schiet als er op CAO niveau afspraken kunnen worden gemaakt, waardoor de totale vergoeding alsnog veel hoger uitvalt.