Orthopedische letsels komen veelvuldig in mijn praktijk voor. Een wielrenner wordt aangereden en loopt daarbij heup- en knieletsel op. Een scooterrijder gaat onderuit door een verkeersfout van een ander: kruisband gescheurd. Een valpartij van grote hoogte, terwijl iemand anders -per ongeluk- de ladder alweer had weggehaald: gebroken scheenbeen en verbrijzelde enkel. Een valpartij in de supermarkt, nadat er gedweild was met een kapotte dweilmachine. Gladheid ontstond, maar een waarschuwingsbordje werd -helaas- niet geplaatst. Gevolg: ernstige knieklachten.

Dit zijn zomaar wat voorbeelden uit mijn dossierkast aan orthopedische letsels. Het zijn vaak ingrijpende, langdurige zaken. Er wordt geopereerd, pinnen worden geplaatst. Er wordt nog eens geopereerd, pinnen worden verwijderd. De pijn verdwijnt niet, een injectie volgt en dat  gaat zo maar door. Totdat er een medische eindtoestand ontstaat.

Dan wordt het slachtoffer medisch gekeurd, zodat de verzekeraar en ik weten waarmee we rekening moeten houden bij de eindregeling. Soms moeten we een voorbehoud opnemen zodat het slachtoffer in de toekomst op de zaak terug kan komen als de klachten verergeren. En dan speelt ook het psychische aspect mee. Het slachtoffer weet niet waar hij aan toe is; binnen 10 of 20 jaar kan hij misschien niet meer lopen en moet er een kunstknie worden geplaatst of wordt de enkel vastgezet.

Dat dit een grote impact heeft op iemands leven, mag duidelijk zijn. Ik probeer mijn cliënten altijd zo goed mogelijk te begeleiden in dit proces. Hebben ze wat dat betreft in ieder geval één zorg minder.

Bron: Hart van Enschede, 12 oktober 2018