We lagen al enige tijd met elkaar in de clinch, de verzekeraar en ik. Ik stond een cliënt bij met typisch whiplashachtige klachten. Volgens de verzekeraar kon het ongeval dat mijn cliënt was overkomen deze klachten niet hebben veroorzaakt. Er werd namelijk maar langzaam gereden. Het was een tikje van niks, een botsing met nauwelijks impact, aldus de aansprakelijke verzekeringsmaatschappij. Er volgde vanuit de verzekeraar een kort verslagje van iemand die stelde deskundig te zijn op het gebied van verkeersongevallenanalyses. Een rapport van een eenzijdig ingeschakelde ‘deskundige’ zegt natuurlijk niet zoveel. Die schrijft vaak namelijk precies op wat zijn betalende opdrachtgever horen wil.

Maar ook al zou er niet -te- hard gereden zijn en was het een botsing van “niets”, dan wil dat nog niet zeggen dat men geen klachten kan ontwikkelen. Hierover is voldoende literatuur voorhanden en jurisprudentie te vinden. Het blijft echter een eeuwige discussie tussen partijen. En dan zit er maar één ding op: een voorlopig deskundigenbericht. Een medische expertise, afgedwongen via de rechter (want de verzekeraar wou in deze zaak helemaal niets meer doen en betalen zeker niet). En dan is het aan de onafhankelijke arts om te bepalen of de klachten reëel en niet ingebeeld zijn, dat de klachten voorheen niet bestonden en nu wel en dat deze klachten leiden tot beperkingen in het dagelijkse leven van het slachtoffer.

De arts in deze kwestie concludeerde dat er sprake was van een whiplash ten gevolge van het ongeval en dat er geen andere oorzaak aan deze klachten ten grondslag lag. Bam! Verzekeraar, steek die maar in je zak, denk ik dan. De schaderegelaar komt binnenkort langs om de schade te bespreken. Daar waar men een jaar geleden niets meer wou, valt er nu waarschijnlijk een schaderegeling te treffen. En terecht.

Bron: Hart van Enschede, 24-08-2018