Hij was werkzaam in de fabriek ten tijde van het ongeval. Hij raakte met zijn arm bekneld in één van de machines. Gevolg: onderarm verbrijzeld. Inmiddels zijn we zo’n 4 jaren en 4 operaties verder. Het herstel verloopt moeizaam; het einde is nog lang niet in zicht. Jaren van therapie liggen nog voor hem; de vraag is of de arm überhaupt nog weer gaat functioneren. Maar mijn cliënt is nog een jonge vent. En iemand die niet van thuiszitten houdt. Maar dat doet hij nu al sinds het ongeval. Hij wordt er gek van. De -hopelijk- laatste operatie heeft begin dit jaar plaatsgevonden. Nu is de tijd daar om voorzichtig aan weer aan de toekomst te gaan denken. Kan hij weer aan het werk? En zo ja, wat voor werk moet dat dan zijn? Dat hij zijn eigen functie niet meer uit kan oefenen, staat als een paal boven water.

Het slachtoffer en ik gaan samen met een arbeidsdeskundige aan de slag om te bekijken wat hij nog wel kan aan werkzaamheden en of hij om- of bijgeschoold moet worden. Onlangs hebben wij hier met de arbeidsdeskundige gesprekken over gevoerd. Aan de orde is gekomen met welke beroepen en beroepsgroepen cliënt affiniteit heeft. De betreffende werkzaamheden moeten dan ook nog aansluiten bij zijn huidige beperkingen. Hij is geen kantoortype. De hele dag achter de laptop zitten, is niets voor hem. Werken met zijn handen, dat deed hij graag.

Maar dat gaat nu dus lastig worden, met één beperkte arm. Een beroepskeuzetest zal mee kunnen helpen om cliënt bewust te laten worden van zijn arbeidsmogelijkheden. Wij zijn altijd weer benieuwd op welke arbeidsplekken onze cliënten terecht komen. Vaak zijn dat functies waar men zelf nooit opgekomen zou zijn. Het is altijd fijn om onze cliënten hierin vooruit te kunnen helpen. En dat deze jongeman weer aan het werk komt, daar heb ik alle vertrouwen in. Hij heeft een positieve instelling. Vaak is dat al het halve werk.

Bron: Hart van Enschede, juni 2018